6+5-regel: tóch geen onderscheid wegens nationaliteit?
Aangemaakt op:04-03-2009, 15:28. Gewijzigd op:04-03-2009, 15:30Er is weer nieuws van het front: de 6+5-regel is bij nader inzien níet strijdig met de Europese regels. Althans, dat stelt de FIFA op basis van een rapport van vrij deskundigen (in opdracht van FIFA).
Het rapport is hier te vinden.
Een opfrisser: de 6+5-regel houdt in dat een voetbalclub niet meer dan 5 spelers mag opstellen van een andere nationaliteit dan het land waar de club is gevestigd. De resterende 6 plaatsen in het elftal moeten dus worden ingevuld met spelers met de nationaliteit van het land waar de club is gevestigd.
Vreemd genoeg is men overigens in het recente rapport vergeten om de strekking van de 6+5-regel toe te lichten.
De FIFA stelt werkelijk alles in het werk om deze regel door te voeren, ondanks het feit dat de Europese Commissie al meermalen heeft laten weten de regel te beschouwen als een beperking, op grond van nationaliteit, van het vrije verkeer van werknemers.
Het meest recente wapenfeit is dus het rapport, opgesteld door vijf professoren in het recht, afkomstig uit Berlijn, Freiburg, Madrid, Rome en Athene. Deze wijze mannen hebben zich gebogen over de 6+5-regel en zijn tot de conclusie gekomen dat deze niet strijdig is met het vrij verkeer van werknemers binnen de Europese Unie.
Waarom niet?
De 6+5-regel, aldus de professoren, is slechts een spelregel, “afgekondigd in het algemeen belang van de sport, om de sportieve balance tussen clubs en bonden te verbeteren en zodoende een gepaste sportieve conpetitie tussen clubs en bonden te verzekeren.”Het Bosman-arrest, waarin het Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat het vrij verkeer van werknemers ook geldt voor sporters, is volgens het panel niet meer van kracht, omdat de situatie zich niet heeft ontwikkeld zoals het Europese Hof verwachtte.
Als dat al zo is, zal het Europese Hof daar in mijn ogen toch eerst zelf uitspraak over moeten doen. Men zal in Brussel not amused zijn, als de FIFA vast een voorschot neemt op de gestelde gedateerdheid van het Bosman-arrest door de 6+5-regel in te voeren.
Maar er is meer!
Hooguit zou de 6+5-regel volgens het rapport een indirecte discriminatie inhouden.
Waarom?
De 6+5-regel is volgens de vijf rechtsgeleerden niet rechtstreeks gebaseerd op onderscheid op grond van de nationaliteit van professionele voetballers. Het criterium dat wordt aangelegd is, aldus het rapport, het land waarvoor de voetballer gerechtigd is in het nationale team te spelen. Hij hoeft dus niet feitelijk geselecteerd te worden, als de bondscoach hem maar in theorie zou kunnen oproepen.
Ik hoor u zeggen: Is dat niet nagenoeg hetzelfde? Een speler is toch juist gerechtigd uit te komen voor het nationale team van het land, waarvan hij de nationaliteit heeft?
Dat lijkt mij ook. Onderscheid op andere gronden dan nationaliteit, die echter feitelijk neerkomt op onderscheid op grond van nationaliteit, is in beginsel ook niet toegestaan.
In het rapport is de ogenschijnlijk vreemde tweedeling tussen enerzijds nationaliteit en anderzijds de gerechtigdheid om voor een nationale ploeg te spelen, onderdeel van een tweetrapsraket. De tweede trap is: omdat er geen sprake zou zijn van rechtstreeks onderscheid op grond van nationaliteit, kan de 6+5-regel volgens het rapport hooguit indirecte discriminatie tot gevolg hebben.
Als al sprake zou zijn van zulke indirecte discriminatie, dan kan deze volgens de professoren worden gerechtvaardigd op basis van dwingende redenen van algemeen belang. Het rapport verwijst naar het befaamde arrest Cassis de Dijon van het Europese Hof van Justitie en de daarin geformuleerde rule of reason-exceptie.
Wat heeft het Europese Hof dan wel bepaald in Cassis de Dijon?
Kort gezegd is in Cassis de Dijon bepaald dat het vrije verkeer van goederen binnen de Europese Unie met zich meebrengt, dat er geen belemmeringen mogen zijn om een uit een ander land van de Unie (Lidstaat) afkomstig product in in een Lidstaat in te voeren - mits het in de exporterende Lidstaat rechtmatig is vervaardigd en in de handel gebracht en geen dwingende reden, zoals de bescherming van de gezondheid en het milieu, zich tegen de invoer ervan in het land van eindverbruik verzet.
Deze regel geldt evenzeer voor het vrije verkeer van werknemers.
De rule of reason-exceptie betreft die “dwingende reden”.
Als “dwingende redenen” in deze zin moet vooral gedacht worden aan kwesties van algemeen belang, zoals consumentenbescherming, eerlijke handelspraktijken, milieubescherming, bescherming van de taal en persvrijheid.
Het is goed denkbaar dat het belang van de sport en de sportbeoefening kwalificeert als een “dwingende reden” om een uitzondering te maken op het beginsel vrij verkeer van werknemers. De misstanden die het rapport aanvoert ten gevolge van het vrije verkeer van sporters – een elite van rijke clubs maakt internationaal de dienst uit, minder aandacht voor opleiding, (jonge) spelers hebben minder tijd voor de nationale (jeugs)elftallen en de “handel” in jonge spelers uit met name Afrika en Zuid-Amerika – zijn een reëel verschijnsel dat zonder meer aandacht verdient.
Wat het rapport echter in mijn ogen niet of in ieder geval onvoldoende onderbouwt, is de vraag waarom het belang van de sport nu zo nodig gediend moet worden door 6+5-regel en waarom de FIFA niet een andere oplossing zoekt, die het vrije verkeer van werknemers níet belemmert.Men denke aan de home grown player-regel, die de UEFA al met succes hanteert. Ondanks het feit dat ook deze regel negatieve bij-effecten heeft (waarover ik al eerder schreef op deze blog), maakt de regel geen onderscheid op nationaliteit, direct noch indirect.
De vraag is dan: als het ook zo kan, waarom moet het dan per se via 6+5?
Die vraag, de enige vraag die de FIFA nu eens zou moeten beantwoorden, is precies de vraag waar het rapport niet op ingaat.
Wat betreft dit rapport sluit ik mij dan ook aan bij de Europese Commissie: not impressed.
Reacties ( 0 )
Topvolleybal en Almere: een knipperlichtrelatie gedoofd?
Aangemaakt op:02-02-2009, 15:49. Gewijzigd op:02-02-2009, 16:10Omniworld Topvolleybal B.V. is failliet. Omniworld Topvolleybal B.V. eploiteerde het eerste team van volleybalvereniging Omniworld, dat uitkwam in de NeVoBo A-league.
Is dat nieuws?
Op 12 december 2007 werd Omniworld Volleybal B.V., de vennootschap waarin het topvolleybal van Omniworld destijds was ondergebracht, al in staat van faillissement verklaard.
Op 2 december 2008 ging Omniworld Topvolleybal B.V., de vennootschap die het Omniworld topvolleybal sinds begin 2008 exploiteerde eveneens failliet. Deze uitspraak werd vervolgens op 15 december 2008 door de rechtbank Amsterdam vernietigd, waardoor het faillissement in naam van de baan was. Op 27 januari jl. heeft het Gerechtshof te Amsterdam de vernietiging van het faillissement echter ongegrond verklaard en het faillissement alsnog bekrachtigd.
Niet direct iets nieuws onder de zon, zou je zeggen. Toch is er iets geks aan de hand met het faillissement.
Wat was er precies aan de hand?
Na het eerste faillissement van Omniworld Volleybal B.V., in december 2007, heeft de Robert-Jan Reinders Group de professionele volleybal-tak van Omniworld doorgestart met de nieuw opgerichte vennootschap Omniworld Topvolleybal B.V., waarvan de Robert-Jan Reinders Group bestuurder en enig aandeelhouder werd.
Voor het seizoen 2008-2009 heeft de Gemeente Almere zich bereid getoond om het topvolleybal van Omiworld subsidie te verlenen, onder voorwaarde dat de Robert-Jan Reinders Group borg zou staan voor het bedrag dat in de begroting van Omniworld Topvolleybal aan sponsor- en businessclubinkomsten was opgenomen: € 300.000,-. Deze borgstelling werd in september 2008 afgegeven.
De begrote subsidies en de sponsor- en businessclubinkomsten vormden samen ongeveer 94% van de totale begroting van Omniworld Topvolleybal B.V.
Eind november 2008 bleken de inkomsten uit sponsoring en businessclub aanzienlijk minder te zijn dan verwacht (en begroot). De Robert-Jan Reinders Group vroeg, als bestuurder van Omniworld Topvolleybal B.V., het faillissement van die vennootschap aan.
Daarbij werd echter de informatie over de borgstelling door de Robert-Jan Reinders Group van € 300.000,- achtergehouden.
Het criterium voor het uitspreken van faillissement is, dat de (rechts)persoon in de toestand verkeert te hebben opgehouden te betalen. De (rechts)persoon moet meerdere schuldeisers onbetaald laten. Op grond van het door de Robert-Jan Reinders Group verstrekte dossier heeft de rechtbank te Amsterdam het faillissement van Omniworld Topvolleybal B.V. uitgesproken.
De werknemers van Omniworld Topvolleybal B.V. en VC Omniworld hebben tegen het faillissement geprotesteerd en verzet ingesteld. Daarbij hebben zij onder meer gesteld dat het faillissement op onjuiste, of in ieder geval op onvolledige gronden was uitgesproken: de Robert-Jan Reinders Group had immers haar eigen borgstelling van € 300.000,- buiten beschouwing gelaten. Als de Robert-Jan Reinders Group de borgstelling was nagekomen en € 300.000,- aan Omniworld Topvolleybal B.V. had betaald, zou Omniworld Topvolleybal B.V. haar schulden hebben kunnen betalen en was van een faillissement geen sprake geweest.
De rechtbank Amsterdam was het daar mee eens: hij oordeelde dat de Robert-Jan Reinders Group misbruik van faillissementsrecht heeft gemaakt. Door toedoen van de Robert-Jan Reinders Group heeft bij de oorspronkelijke faillissementsaanvraag de rechtbank zich geen volledig beeld kunnen vormen van de financiële situatie van Omniworld Topvolleybal B.V. Bovendien heeft de Robert-Jan Reinders Group als bestuurder van Omniworld Topvolleybal B.V. haar eigen belang laten prevaleren boven het belang van Omniworld Topvolleybal B.V.
Nu sprake is van misbruik van faillissementsrecht behoeft volgens de rechtbank geen rekening zal worden gehouden met de financiële situatie van Omniworld Topvolleybal B.V. op dat moment. Daardoor zou immers het door de Robert-Jan Reinders Group gewenste resultaat alsnog worden bereikt. De rechtbank vernietigt het faillissement.
De Robert-Jan Reinders Group gaat tegen dit vonnis in hoger beroep bij het gerechtshof te Amsterdam.
Op 27 januari jl. heeft het gerechtshof uitspraak gedaan en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Het Hof oordeelt dat Omniworld Topvolleybal B.V. op het moment van de uitspraak verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen (het eerder genoemde faillissementscriterium). Het Hof stelt vast dat de spelers sinds september 2008 geen salaris hebben ontvangen en dat de vorderingen van andere crediteuren € 130.000,- bedragen. Vast staat volgens het Hof dat Omniworld Topvolleybal B.V. vooralsnog geen inkomsten heeft. Dat leidt er volgens het Hof toe dat de borgstelling door de Robert-Jan Reinders Group buiten beschouwing kan worden gelaten en dat de slotsom luidt dat Omniworld Topvolleybal B.V. in staat van faillissement verkeert.
Aan het oordeel van de rechtbank, dat de Robert-Jan Reinders Group misbruik van faillissementsrecht heeft gemaakt, besteedt het Hof geen aandacht.
Is dat niet opvallend?
Dat is inderdaad opvallend. Niet alleen omdat het Hof niet motiveert waarom zij een totaal andere aanvliegroute kiest dan de rechtbank heeft gedaan. De aanpak die het Hof kiets is formeel gezien in overeenstemming met de jurisprudentie. De financiële toestand van de vennootschap wordt door de rechter ex nunc beoordeeld, dat wil zeggen: de stand van zaken op het moment van beoordeling (in tegenstelling tot beoordeling ex tunc: de stand van zaken toen het faillissement werd uitgesproken).
Wat opvalt, is dat het Hof niet ingaat op de bijzondere rol van de Robert-Jan Reinders Groep. In wezen keurt het Hof in haar arrest goed dat de bestuurder van een vennootschap het faillissement van die vennootschap aanvraagt en daarbij hem onwelgevallige informatie achterhoudt. Blijkbaar is het volgens het Hof toegestaan om, zoals de Robert-Jan Reinders Group heeft gedaan, een vennootschap op grond van onvolledige informatie failliet te laten verklaren. Het Hof heeft althans geen overweging opgenomen waaruit blijkt dat dit anders zou zijn.
Nu is het zo dat de curator ongetwijfeld actie zal ondernemen en de bestuurder zal aanspreken. Intussen zijn echter de belanghebbenden, zoals in dit geval de werknemers van Omniworld Topvolleybal B.V. en VC Omniworld, de dupe van het dubieuze handelen van de bestuurder.
Het is niet ongebruikelijk dat door het uitspreken van een faillissement een aantal belanghebbenden nadeel lijden. Dat is vervelend, maar dat is nu eenmaal niet anders. Maar in het onderhavige geval was dat misschien wel niet nodig geweest.
We zullen het wel nooit weten.
Het eerste team van Omniworld Volleybal heeft zich inmiddels in overleg met de NeVoBo teruggetrokken uit de A-league en zal volgend jaar uitkomen en de B-league. Het topvolleybal in Almere is voorlopig ten einde.
Reacties ( 7 )
Zwarte Handel!
Aangemaakt op:08-01-2009, 11:29. Gewijzigd op:08-01-2009, 11:33Eind 2008 heeft de KNVB in een persbericht laten weten dat zij de zwarte handel in wedstrijdkaarten van het Nederlands elftal gaat aanpakken. Het gaat daarbij in eerste instantie om kaarten voor de WK kwalificatiewedstrijden van Oranje tegen Macedonië en Schotland.
Door de toenemende zwarthandel zijn volgens de KNVB steeds minder toegangsbewijzen voor de normale prijs te koop. Ook wordt het volgens de bond lastig supportersgroepen te scheiden en mensen met een stadionverbod te weren.
De KNVB grijpt in.
Mensen die via een advertentiewebsite (bijvoorbeeld marktplaats.nl, eBay.com of speurders.nl) tickets aanbieden, zijn volgens de KNVB al ”in overtreding”. Wie een ticket via de officiële weg heeft gekocht, maar dat vervolgens weer op de markt brengt, hangt zelfs een stadionverbod van achttien maanden en een boete van € 450 boven het hoofd. De bond laat de bewuste kaarten blokkeren, zodat de bezitters ervan het stadion niet inkomen.
Enkele weken vóór het besluit van de KNVB haalde een vergelijkbaar geval de landelijke pers, waar de KNVB waarschijnlijk inspiratie uit heeft geput.
Concertorganisator Mojo Concerts maakte op 15 december 2008 500 tickets voor een concert van de Italiaanse vocalisten “Il Divo” ongeldig. De reden was dat Mojo Concerts had ontdekt dat een tussenhandelaar de kaarten had opgekocht en vervolgens weer, voor een hoger bedrag, aan “Il Divo”-liefhebbers had doorverkocht.
Mojo beriep zich jegens de tussenhandelaar op haar algemene voorwaarden, waarin was bepaald dat iedere doorverkoop van de concertkaarten verboden was.
De aankondiging van de KNVB lijkt erop te duiden dat de bond de schermutselingen rond “Il Divo” heeft gevolgd en heeft besloten om het voorbeeld van Mojo Concerts te volgen.
Op het moment van schrijven van deze posting is helaas niet bekend hoe de zaak tussen Mojo Concerts en de tussenpersoon is geëidigd.
Dat is jammer, want het is maar de vraag het beroep van Mojo Concerts op haar algemene voorwaarden zou zijn gehonoreerd. En evenzeer is het de vraag of de KNVB een dergelijk beroep zou toekomen.
Het gaat om de vraag of een bepaling in de algemene voorwaarden, waarin de koper van een kaartje het recht wordt ontzegd om dat kaartje aan een derde door te verkopen, vernietigbaar is. In situaties als de onderhavige is een bepaling in algemene voorwaarden onder meer vernietigbaar, wanneer die bepaling onredelijk bezwarend is voor de wederpartij (in dit geval de koper van het kaartje).
Wanneer is een bepaling onredelijk bezwarend?
Dat hangt af van alle omstandigheden van het concrete geval. In ieder geval zijn daarbij van belang:
(1) de aard en overige inhoud van de overeenkomst waarvan de algemene voorwaarden deel uitmaken (bijvoorbeeld: bestaat er compenserend voordeel voor de bezwarende bepaling?);
(2) de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen (bijvoorbeeld: is er over de bezwarende bepaling reëel onderhandeld?);
(3) de wederzijds kenbare belangen van de betrokken partijen.
Bestaat er compenserend voordeel voor de bezwarende bepaling? Veel mensen die een wedstrijdkaartje doorverkopen, zullen dit niet doen om winst te maken of stadionverboden te omzeilen, maar gewoon omdat ze verhinderd zijn, of omdat ze meer kaarten hadden gekocht dan ze kwijt blijken te kunnen. Zulke mensen wordt, zo lijkt het tenminste, door de maatregelen van de KNVB de mogelijkheid ontnomen om hun overbodige kaarten nog te slijten.
Is dat niet wat onredelijk?
Niet als de KNVB voorziet in een compensatie-mogelijkheid, bijvoorbeeld door kaarten terug te nemen onder restitutie van de betaalde koopprijs. Uit het persbericht van de KNVB blijkt niet dat die mogelijkheid geboden wordt en ik kan mij voorstellen dat men er bij de bond ook niet bepaald om staat te springen. Het maakt de administratie er niet overzichtelijker op als het verloop van de wedstrijdkaarten voortaan naast een uitgaande stroom ook een ingaande stroom heeft.
Maar als de KNVB geen vorm van compensatie biedt voor de bezwarende bepaling, dan kan de afweging van punt (1) best wel eens in haar nadeel uitpakken.
Dan punt (2).
Bij het “totstandkomen” van een bepaling in algemene voorwaarden als de onderhavige vinden doorgaans geen onderhandelingen plaats. In het (online) bestelproces om een concert- of wedstrijdkaartje aan te schaffen, dient de afnemer de algemene voorwaarden te accepteren. Zo niet, dan geen kaartje. De afweging op punt (2) zal in dit geval dus waarschijnlijk ook in het nadeel van de KNVB kunnen uitvallen.
Tot slot punt (3): de afweging van de wederzijdse belangen.
De KNVB heeft ontegenzeglijk een belang bij het scheiden van supportersgroepen en het weren van mensen met een stadionverbod. Anderzijds heeft een supporter die met een overtollig kaartje zit, er een belang bij om dat kaartje te gelde te maken.
In de belangenafweging zal de vraag aan de orde komen, of de genoemde belangen van de KNVB niet kunnen worden gediend op een manier die minder inbreuk maakt op het belang van de supporter. De mate waarin de KNVB de supporter compensatiemogelijkheden biedt (zie hiervoor onder (1)) zal daarbij ongetwijfeld een rol spelen.
Als het gaat om de verkoop van wedstrijdkaarten aan een consument (dus geen bedrijfsmatige tussenhandelaar), sluit ik zeker niet uit dat een bepaling in de algemene voorwaarden van de KNVB, die doorverkoop van de kaarten verbiedt, als onredelijk bezwarend aangemerkt zal worden en zodoende voor vernietiging in aanmerking komt.
Overigens is het maar zeer de vraag of niet hetzelfde geldt bij verkoop aan een bedrijfsmatige tussenhandelaar, zoals in de kwestie Mojo Concerts.
Tot slot iets anders: de KNVB stelt in haar persbericht, dat actie onder meer geboden is omdat de zwarthandel het lastig maakt om supportersgroepen te scheiden.
Zouden er in april tijdens de wedstrijd Nederland-Macedonië ongeregeldheden ontstaan tussen het Oranje-legioen en de Macedonische supportershorden, als de KNVB de zwarthandel niet aanpakt?
Of zou de wedstrijd Nederland-Schotland uitmonden in een veldslag van mytische proporties tussen rauwe Hooglanders en dappere Geuzen?
Quizvraag: wanneer zijn tijdens een WK-kwalificatiewedstrijd van Oranje voor het laatst rivaliserende supportersgroepen in het stadion met elkaar op de vuist gegaan?
De winnaar mag mijn kaartje voor Nederland-Macedonië kopen.
Reacties ( 5 )
Elke dag met de bus heen en weer naar Liverpool
Aangemaakt op:22-12-2008, 14:46. Gewijzigd op:23-12-2008, 13:35Medio oktober heb ik in een posting over de omstreden 6+5-regel in het voetbal ook aandacht besteed aan het alternatief: de homegrown player-regel.Even opfrissen.
Volgens de homegrown player-regel (of “2+2”-regel) moeten van iedere A-selectie ten minste vier spelers locally trained players zijn. Het gaat om twee spelers die zijn opgeleid door de voetbalclub zelf (de “club trained player”), en twee spelers die zijn opgeleid door een voetbalclub die is aangesloten bij dezelfde nationale bond (de “association trained player”). De UEFA hanteert deze regel al in de Champions League en is van plan om op termijn 2+2 uit te bouwen naar 4+4.
Net als de 6+5-regel beoogt de homegrown player-regel te bewerkstelligen dat talent meer evenwichtig wordt verdeeld over de voetbalclubs en dat clubteams herkenbaar zijn voor hun achterban, in plaats van bonte “vreemdelingenlegioenen”.
De 6+5-regel maakt onderscheid tussen werknemers op nationaliteit, binnen de EU een blasfemie van de eerste orde. De homegrown player-regel omzeilt die klip door clubs te verplichten meer spelers op te stellen die zijn opgeleid door de club zelf of tenminste in het land waar de club gevestigd is.
Het gaat er dus om waar de speler is opgeleid, niet wat zijn nationaliteit is. Dan doet de EU er aanzienlijk minder moeilijk over. Wat heet? Een lid van de Europese Commissie heeft verklaard: "Vergeleken met de voornemens die de FIFA te kennen heeft gegeven om de zogenaamde 6+5-regel in te voeren, die direct discriminatoir is en daarom niet verenigbaar met het EU-recht, lijkt de ‘home-grown players’ regel, die door de UEFA is voorgesteld, mij proportioneel te zijn en te voldoen aan het principe van vrij verkeer van werknemers."
In mijn eerdere posting wees ik ook al op een ongewenst effect van de homegrown player-regel: clubs worden gestimuleerd om talentvolle spelers zo jong mogelijk in te lijven en op te leiden. Dat hoeft op zichzelf niet zo’n probleem te zijn, als de speler bijvoorbeeld op een steenworp afstand van de club woont. Het wordt lastiger, als de speler ver moet reizen voor de training, moet verhuizen of zelfs moet emigreren voor zijn opleiding.
Voor zover in de voetballerij al enige terughoudendheid bestond bij de jacht naar talent, zal die door de homegrown player-regel niet afnemen. Opvallend is in dat kader het recente voornemen van de KNVB, om paal en perk te stellen aan de jacht op jonge talenten.
De KNVB heeft vastgesteld dat er een onoverzichtelijke situatie is ontstaan, waarin jonge spelers (al vanaf 6 jaar oud!) en hun ouders worden benaderd door scouts en talentenjagers van allerlei clubs, de één met een nog mooier aanbod dan de ander. En niet iedereen staat even sterk in zijn schoenen als er ineens een contract van AZ, Feyenoord of PSV voor zijn neus ligt.
Deze wildgroei heeft tot gevolg dat spelers en hun ouders vaak geen goed beeld hebben van hun keuzemogelijkheden. Ze leggen zich vast bij de eerste de beste club, of de club die het hardste schreeuwt, en dat hoeft niet per se de club te zijn die het talent optimale kansen biedt.
Soms moet zo’n jong spelertje bijvoorbeeld om te trainen iedere dag een heel eind reizen naar zijn club. Elke dag met de bus heen en weer om te trainen in Breda, terwijl je in Tiel woont: het gaat je niet in de koude kleren zitten. Dan was Arnhem misschien een betere keus geweest.
De KNVB gaat dus wat aan doen aan de ronselpraktijken: nu al draait de bond proef met regionale trainingen voor talentvolle voetballers vanaf elf jaar. Wekelijks trainen de jongens gezamenlijk in een soort regionale talent pool onder leiding van een KNVB-coach. De clubs kunnen dan rustig bekijken welke spelers ze geschikt vinden en zich na afloop bij de desbetreffende spelers en hun ouders melden. De KNVB is ook van plan dat “melden” aan regels te onderwerpen, zodat de contractsonderhandelingen met de geïnteresseerde club(s) ordentelijk verlopen en een speler in alle rust de club kan kiezen die voor hem het beste is.
Uitstekend streven van de KNVB! Maandag 8 december komt het in de bondsvergadering onder de hamer. Eén addertje onder het gras, naar mijn idee. De Nederlandse BVO’s en amateurclubs hebben al braaf laten weten mee te zullen doen aan het plan. Nederlandse clubs zullen ook door de KNVB kunnen worden gesanctioneerd als ze zich niet aan de regels houden.En clubs uit het buitenland?
Clubs uit het buitenland jagen, zeker onder de groeiende invloed van de homegrown player-regel, fanatiek op jonge spelers. Ook Nederlandse. Het probleem van talenten, die door met name Engelse clubs uit de opleiding worden “weggekocht”, is bij Nederlandse profclubs zeer actueel. Clubs uit het buitenland bieden vaak veel lucratievere contracten aan dan hun Nederlandse evenknieën. En wat kan de KNVB doen als clubs uit het buitenland zich niet aan de spelregels houden?
Het plan van de KNVB is dan ook erg nobel, maar werkt averechts zolang de FIFA of UEFA zich er niet achter schaart. De Nederlandse clubs worden sterk in hun mogelijkheden beperkt, terwijl die beperkingen niet gelden voor clubs uit het buitenland. De clubs van vreemde bodem dreigen in deze opzet vrij spel op de Nederlandse talentenmarkt te krijgen.
Het doet wel oer-Nederlands aan: onze eigen clubs wachten allemaal keurig af, tot ze één keer per maand met zijn allen naar een regiotraining mogen gaan kijken. Daar spelen dan wat goedwillende, maar niet bijster veelbelovende jongelui elkaar de bal toe. De echte talenten doen met die regiotraining al lang niet meer mee: die reizen elke dag met de bus heen en weer naar Liverpool om te trainen.
Reacties ( 2 )

